Bok Roel laat zich binnenkort voor het karretje spannen

Bok Roel laat zich binnenkort voor het karretje spannen
Foto: Ons Son en Breugel
Nieuws

Het is voor de Sint Genovevastraat een vreemde gewaarwording om Maarten en Job Segers door de straat te zien lopen, samen met hun bok Roel.

Nederlandse landgeit Roel maakt sinds juni deel uit van de familie Segers. De bok woont op een weide samen met twee geiten, Ollie en Olijfje, in een achtertuin in de Sint Genovevastraat. De familie is in oktober in de straat komen wonen. “We woonden in ’t Harde Ven en hadden wat kippen en cavia’s, maar we waren op zoek naar iets in de buurt met een weide.” Toen zij via vrienden te horen kregen dat het huis te koop stond, kregen zij de ruimte die ze zochten zonder dat de kinderen hun school of vriendjes moesten verlaten.

Het is op het eerste gezicht niet alledaags om in een tuin drie landgeiten te zien rondlopen. De jonge Roel is nu nog kleiner dan de twee geiten. “Hij is nu nog niet de baas van de drie,” zegt Maarten Segers. “Roel is in februari geboren, de dames zijn een jaartje ouder. Maar het zal niet lang meer duren voordat Roel de baas is.” Nederlandse landgeiten kunnen zestig tot tachtig kilo worden, wat nog een hele kluif gaat worden voor baasje Job.

Als Roel groot en sterk is, wil Job zijn bok voor een echte bokkenkar gaan spannen. “Job heeft altijd gezegd dat hij Roel voor een bokkenkar wil laten lopen.” Maar dat is niet zo gemakkelijk, zo legt Maarten uit. “Je moet een bok eerst laten wennen, er voor zorgen dat hij het niet erg vindt om de weide te verlaten. Hij moet wennen aan alles om zich heen. Dan lopen we een stukje de straat in, waar Roel veel bekijks trekt.”

“We hebben nu al een paar keer gelopen met Roel, tot aan de kerk of het grasveld en dan lopen we terug. Op de terugweg staat de lijn in ieder geval goed strak.” Met een simpele riem aan zijn halsband loopt Roel voorop, omdat een bok geen volgdier is. “Hij moet eerst leren om aan de lijn te lopen, daarna gaan we het proberen met een tuigje. Hij heeft nog geen tuig. Die zijn ook bijna niet meer te vinden.”

Want waar zie je nog een bok door de straten lopen in Nederland? Paarden zie je nog wel eens lopen, bijvoorbeeld met een huifkar erachter. Maar een bok zie je zelden. “Het is terug in de tijd. Mensen die voorbij fietsen kijken vreemd op, van ‘wat loopt daar nou?’ Mensen denken aan een hond, maar die zien niet meteen dat Roel horens heeft. Mensen vinden het bijzonder en grappig.”

En uiteindelijk moet Roel door de straten gaan lopen met een kar achter zich. “Een bokkenkar is eigenlijk een grote bolderkar. Die kunnen we zelf maken.” Als Roel eenmaal gewend is om buiten de wei te komen, een tuigje om heeft en een karretje aan zich gespannen krijgt, hoeft Job ook niet meer met Roel te lopen: dan gaat hij gewoon op zijn bokkenkar zitten.


Download nu de app van Ons Son en Breugel voor iOS in de App Store Download nu de app van Ons Son en Breugel voor Android in Google Play

Post article

Post article