Gemeenteraad wil gewoon kunnen praten over subsidiebeleid

De microfoon/microfoons op de tafel in de raadzaal van de gemeenteraad
Foto: Ons Son en Breugel

De rekenkamer van Son en Breugel heeft haar rapport over het gemeentelijke subsidiebeleid gepresenteerd tijdens een informerende vergadering van de gemeenteraad. Maar de gemeenteraad wil niet alleen geïnformeerd worden, maar met elkaar de discussie aan kunnen gaan.

De Rekenkamer van Son en Breugel, bestaande uit Sandra van Breugel Ton van Bree, lichtten toe hoe het onderzoek tot stand is gekomen. Vorig jaar spraken zij met alle fracties over mogelijke onderwerpen voor een rekenkameronderzoek. Het subsidiebeleid werd daarbij genoemd. “Er gaat heel veel geld in om,” aldus Van Breugel. “En het is een heel concreet instrument voor de raad om zaken voor inwoners te organiseren.”

Het rapport had eigenlijk nog voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart besproken moeten worden, maar dat lukte niet. Zowel de ambtelijke als de bestuurlijke reactie lieten lang op zich wachten. De rekenkamer verklaarde dat dit te maken had met vacatures en ziekte binnen de ambtelijke organisatie.

Discussie over de feiten

Een opvallend punt in de vergadering was de discrepantie tussen de bevindingen van de rekenkamer en de ambtelijke reactie. Van Breugel legde uit dat in interviews bepaalde zaken op één manier naar voren kwamen, terwijl de ambtelijke reactie een tegengesteld beeld schetste. Dit zonder onderbouwing via documenten. “Wij hebben die zaken niet overgenomen, omdat de feiten uit de documenten zelf de feiten waren,” aldus Van Breugel. D66-fractievoorzitter Bas Henrichs noemde dit een zorgelijke situatie.

Eén van de opvallendste bevindingen is dat de gemeente wettelijk verplicht is het subsidiebeleid minimaal eens in de vijf jaar te evalueren, maar dat dit niet gebeurt. De bestuurlijke reactie belooft een “fundament te leggen” voor een dergelijke evaluatie. Ton van Bree reageerde droog: “Dat geeft niet veel ambitieniveau.”

VVD Voor U raadslid Marnix Thunnissen vroeg zich hardop af of vijf jaar niet te weinig ambitieus is en stelde voor om naar een evaluatie eens per drie of vier jaar te gaan. Van Bree gaf aan dat de wet minimaal vijf jaar voorschrijft, maar dat de raad een kortere cyclus kan afspreken, mits de ambtelijke organisatie daarvoor voldoende wordt toegerust.

Subsidies of contracten voor professionele organisaties?

De rekenkamer adviseert ook om te overwegen grote, professionele organisaties via contracten te financieren in plaats van via subsidies. Daarmee kunnen scherpere afspraken worden gemaakt over wat de gemeente er voor terugkrijgt. CDA burgerslid Ton Nagtzaam vroeg of contracten aanbestedingsverplichtingen met zich meebrengen. Van Bree benadrukte dat het rapport die stap niet afdwingt, maar de discussie wil agenderen: “Het is goed om een bewuste keuze te maken in plaats van door te rollen op wat je altijd gedaan hebt.”

Aan het einde van de vergadering spraken de woordvoerders zich unaniem uit voor een raadsvoorstel, waarbij de volledige BOB-procedure wordt gevolgd: eerst een beeldvormende vergadering, dan een oordeelsvormende, en uiteindelijk besluitvorming in de raad. PRO-burgerlid Elly Brocken benadrukte dat de hamvraag is hoe de raad zelf kaders gaat stellen. “We moeten als raad eens goed naar onszelf kijken. Wat hebben we laten versloffen?” Nagtzaam voegde toe dat het niet om wantrouwen gaat, maar om duidelijke afspraken over publieke middelen.

Deel dit nieuws