De Rekenkamer van Son en Breugel heeft een kritisch rapport gepubliceerd over het subsidiebeleid van de gemeente. c. In 2024 keerde de gemeente voor ruim 3,1 miljoen euro aan subsidies uit, bijna 5,5 procent van de totale gemeentelijke uitgaven.
Het onderzoek, dat op 27 januari 2026 aan de gemeenteraad werd aangeboden, schetst een beeld van een subsidieproces dat jaar na jaar op gelijke wijze wordt uitgevoerd, zonder duidelijke koppeling aan het collegeprogramma of concrete afspraken over te behalen resultaten.
“Het subsidieproces lijkt een relatief statistisch proces waarbij ofwel afspraken worden gemaakt om uren tegen een tarief in te zetten ofwel de gemeente een relatief gering bedrag verstrekt aan verenigingen en kleinere maatschappelijke initiatieven”, aldus de Rekenkamer.
Grote ontvangers en kleine initiatieven
De subsidieverstrekking in Son en Breugel kent een brede spreiding. De twee grootste subsidieontvangers zijn de LEV-groep met 934.000 euro en Lumens met 592.000 euro. Aan de andere kant van het spectrum ontvingen de Neptunusstraat 348 euro voor een buurtbarbecue en de nieuw opgerichte Breugelse Bridge Club 300 euro. In totaal ontvingen in 2024 negentig organisaties een subsidie van de gemeente.
De tien grootste subsidieontvangers – waaronder ook de Bibliotheek Dommeldal, MEE, GGzE en SonenBreugelVerbindt – ontvingen samen 2,8 miljoen euro, wat het overgrote deel van het totale subsidiebudget vertegenwoordigt. Ongeveer zestig subsidies bedroegen minder dan 5000 euro, terwijl zes organisaties meer dan 100.000 euro ontvingen.
Vier harde conclusies
De Rekenkamer komt tot vier deelconclusies die samen het fundament vormen van de kritiek. Ten eerste ontbreekt een afwegingskader waarmee bepaald kan worden wanneer subsidie het meest geschikte sturingsinstrument is. De gemeente heeft nooit bewust de keuze gemaakt tussen het verstrekken van subsidies of het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten met grote organisaties.
Ten tweede is er onvoldoende sturing op doeltreffende subsidieverstrekking. De doelen in beleidskaders zijn vaak niet concreet geformuleerd, waardoor het lastig is om aanvragen te toetsen en om achteraf te bepalen of de beoogde doelen zijn bereikt. Afspraken over output en outcome worden nauwelijks gemaakt.
Ten derde constateert de Rekenkamer onvoldoende beoordeling van de doelmatigheid. Met subsidieontvangers worden zelden concrete en harde afspraken gemaakt over uit te voeren activiteiten of te realiseren prestaties. De gemeente controleert achteraf slechts globaal of gemaakte afspraken zijn nagekomen.
Ten slotte kan de gemeenteraad haar controlerende rol niet goed uitoefenen. De raad wordt weliswaar gedetailleerd geïnformeerd over toegekende subsidies, maar een duiding van het effect op het doelbereik ontbreekt. Bovendien voldoet de gemeente niet aan de wettelijke verplichting uit de Algemene wet bestuursrecht om eenmaal in de vijf jaar een evaluatie te publiceren. De laatste evaluatie dateert van vóór 2004.
Accountant slaat alarm
Ook de gemeentelijke accountant heeft de afgelopen jaren kritische kanttekeningen geplaatst bij het subsidieproces. Zo constateerde de accountant dat de gemeente fors achterliep met het vaststellen van subsidies. Voor subsidies over 2021 moest in 2023 nog een bedrag van 115.000 euro worden afgehandeld. Over 2022 waren bij de controle van de jaarrekening 2023 nog vijf professionele subsidies met een totale waarde van 168.000 euro niet definitief vastgesteld.
In de subsidieverordening ontbrak lange tijd een harde termijn voor vaststelling, waardoor formeel niet werd afgeweken van de regels. In de nieuwe subsidieverordening die per 1 januari 2024 van kracht werd, zijn hierover wel afspraken opgenomen. De accountant merkte ook op dat binnen de gemeente lange tijd slechts één medewerker verantwoordelijk was voor het behandelen van subsidies, waardoor het vier-ogenprincipe niet uitvoerbaar was.
Aanbevelingen voor verbetering
De Rekenkamer doet vier concrete aanbevelingen. Allereerst moet de raad een subsidiebeleid vaststellen met een duidelijk afwegingskader. Ten tweede moet overwogen worden of voor grote dienstverleners een contract niet een betere samenwerkingsvorm is dan een subsidie. Ten derde moeten concrete afspraken gemaakt worden over output en outcome, met name bij grote subsidieontvangers. Tot slot moet het subsidiebeleid conform de wet elke vijf jaar geëvalueerd worden.
Het rapport werd zonder bestuurlijke reactie van het college aan de raad aangeboden, omdat de Rekenkamer het belangrijk vond dat het nog voor het verkiezingsreces van maart 2026 behandeld kon worden. Ons Son en Breugel heeft de gemeente Son en Breugel om een reactie gevraagd. Deze reactie wordt nu geformuleerd en komt pas na de carnaval.



