De gemeenteraad moet hard aan het werk om het politiseringssyndroom op te lossen, en daar zijn alle partijen zichzelf van bewust. Na maanden van praten is duidelijk hoe verziekt de politieke verstandhouding is in Son en Breugel. Nu is het tijd om vooruit te kijken.
De verhoudingen tussen de politieke partijen was niet al te best, voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Dat zagen de partijen zelf ook en besloten daar met z’n allen iets aan te doen. Onder de deskundige begeleiding van Maarten Pieters, die als externe deskundige aangetrokken werd, moest er gewerkt worden aan een nieuwe bestuursstijl waarin er meer samen zou worden gewerkt, in plaats van vechten.
Maarten Pieters presenteerde zijn bevindingen tijdens een ingelaste vergadering, waarbij open en bloot verteld werd hoe de verhoudingen in Son en Breugel er politiek gezien op dit moment zijn. De bevindingen van Maarten Pieters zijn gebaseerd op gesprekken met alle fracties, alle fractievoorzitters afzonderlijk, enkele leden uit het college, de recent teruggetreden wethouder, de (in)formateur, enkele ambtenaren en enkele mensen vanuit de lokale gemeenschap.
Conclusie: de raad van Son en Breugel is divergerend gepolitiseerd. De huidige situatie zorgt voor verharding en verstarring van de werkverhouding tussen fracties en fractieleiders. Uiteindelijk resulteert dit in ‘verrotting van het bestuurlijke samenspel in de raad.’
Gekissebis
Maarten Pieters zegt in zijn bevindingen: “De raad verliest dan zijn heelheid en eenheid. Wat dan rest is een coalitie van een gekozen meerderheid en een oppositie van een gekozen minderheid. De raad als hoogste instituut is naar de achtergrond verdwenen. Voor inwoners lijkt de raad alleen bezig te zijn met onderling ‘gekissebis’.”
“Ik ben hier niet politiek geworteld, maar er is hier een belangrijk dossier over de kerk. Daar wordt om geknokt. Dat is soms best goed omdat dat zo gaat. Dat is een gevecht die ook in de samenleving wordt gevoerd. Alleen is het aan de raad om te zorgen dat het gevecht niet eindeloos voort duurt en er besluiten worden genomen. Om helder te krijgen wat de belangen in de samenleving zijn is het denk ik heel goed dat er gestreden wordt.”
Politiseringssyndroom
Oud zeer waar geen punt achter kan worden gezet, interne verdeeldheid bij Dorpsvisie over het aanstellen van John Frenken als wethouder, het om persoonlijke redenen aftreden van wethouder Tom van den Nieuwenhuijzen en het ontbreken van collegialiteit: allemaal obstakels die een goede samenwerking in de weg zitten.
“Uw raad leidt aan het politiseringssyndroom. Recent hebben de raadsleden van de oppositie met een uitvoerig onderbouwde motie hun wantrouwen jegens de wethouder namens Dorpsvisie uitgesproken en op zijn aftreden aangedrongen. De raadsleden van de coalitie hebben deze motie niet gesteund. Ook de benoeming van een nieuwe wethouder namens PvdA/GroenLinks trekt een wissel op de werkverhoudingen. Door deze recente ontwikkelingen dreigt verdere verharding en verstarring van de werkverhoudingen met alle gevolgen voor uw politieke en bestuurlijke functioneren op korte en middellange termijn.”
“Hoe lastig het ook voor u kan zijn en hoe pijnlijk het ook voor u kan voelen, u draagt als enige en met elkaar de verantwoordelijkheid om de werkverhoudingen binnen uw raad te normaliseren. Ik zie dit als een harde voorwaarde voor een duidelijke positionering van de raad en een daarbij passende en door u gewenste bestuursstijl. Ik realiseer me dat ik hiermee een grote inspanning en mogelijk ook offers van u vraag. Echter de eed of de gelofte die u bij uw benoeming heeft afgelegd verplicht u hiertoe.”
Boetekleed
Het boetekleed van het politiseringssyndroom werd door alle partijen aangetrokken. De afgelopen maanden hebben zij veel gereflecteerd op hun eigen rol in de onderlinge verstandhouding. Kees Vortman (VVD), die fel van leer trok toen er zonder overleg een vierde wethouder werd aangekondigd, noemde het een crisis. “We zijn allemaal onderdeel dan dit verziekte systeem en houden het collectief in stand. En dat terwijl we zo’n mooi dorp zijn waar het goed gaat en we vrij weinig te klagen hebben.”
Ondanks dat de oppositie het verbetertraject stop heeft gezet, is het bereid te werken aan een verbeterde samenwerking. Dit werd in een unaniem voorgedragen motie bekrachtigd als blijk van de welwillendheid. Onderling gekissebis is niemand mee geholpen en de burger zal hier uiteindelijk de dupe van zijn. Oppositie en coalitie moeten samenwerken, de dualiteit tussen beide moet elkaar versterken en niet verder polariseren. Daar is het dorp het beste mee geholpen.
Ze hebben met het nieuwe subsidiebeleid zelf aangetoond dat het wel kan.



